Moeder schiet tekort in ouderlijke zorgplicht nadat kind trap van paard krijgt

Rechtbank Gelderland oordeelde onlangs dat een moeder onrechtmatig heeft gehandeld jegens haar eigen kind.

De feiten

Moeder en haar 6-jarige dochter gaan op bezoek bij vrienden. De vrienden hebben een 5-jarige zoon en wonen op een boerderij. Dichtbij deze boerderij lopen twee paarden in een weiland. Nadat de dochter en de zoon klaar zijn met eten, vragen ze of ze de paarden in het weiland nog een appel mogen geven. Dit mag, maar de kinderen krijgen de uitdrukkelijke instructie mee dat ze niet in de wei bij de paarden mogen komen. Ze moeten voor het hek blijven staan. Ondanks de instructie klimt de dochter toch over het hek en gaat het weiland in, waarna zij door één van de twee paarden tegen haar hoofd wordt getrapt. Ten gevolge van de trap loopt zij ernstig traumatisch schedel- en hersenletsel op. Hierdoor kan zij niet meer praten en normaal eten.

De moeder heeft als eerste de bezitter van het paard (6:179 BW) voor de schade aansprakelijk gesteld en als tweede heeft zij zichzelf aansprakelijk gesteld op grond van een onrechtmatige daad (6:162 BW).

Oordeel van de rechtbank

De aansprakelijkheid van de bezitter van het paard wordt niet in deze procedure bevestigd, maar er wordt wel aangenomen dat het desbetreffende paard de trap heeft uitgedeeld. De bezitter van het paard is het hier niet mee eens en heeft hierop tegenbewijs aangeboden.

De rechtbank gaat vervolgens uitgebreid in op de aansprakelijkheid van de moeder jegens haar dochter. De moeder stelt dat zij in haar ouderlijke zorgplicht tekort is geschoten. Zij heeft namelijk in strijd gehandeld hetgeen het maatschappelijk verkeer betaamt.

De rechtbank oordeelt dat enerzijds de ouder de zorg en verantwoordelijkheid over de veiligheid van het kind heeft. Op grond hiervan heeft de ouder de plicht het kind te behoeden tegen gevaar. Anderzijds dient de ouder de ontwikkeling van de persoonlijkheid van het kind te bevorderen. Hiertoe dient een ouder het kind de nodige vrijheid en zelfstandigheid te geven, waarbij het aan risico’s wordt blootgesteld. Het is in de eerste plaats aan de ouder zelf om te bepalen welke risico’s wel en welke niet aanvaardbaar zijn. Dit betekent echter niet dat de keuze van de ouder tegenover het kind niet onrechtmatig kan zijn.

In casu acht de rechtbank de moeder aansprakelijk jegens haar dochter. Het gaat namelijk om een trap van een dier. Dieren zijn gevaarlijk vanwege de eigen energie en het onberekenbare element dat daarin gelegen is. Dit geldt in het bijzonder voor een paard, vanwege zijn grootte en massa, dit in combinatie met het feit dat de 6-jarige dochter klein en kwetsbaar is en hierbij ernstig letsel kan oplopen. De moeder wist van dit gevaar, want zij had haar dochter immers uitdrukkelijk diverse malen geïnstrueerd om niet in de wei bij de paarden te komen. De rechtbank oordeelt dan ook dat de moeder haar dochter welbewust heeft blootgesteld aan het gevaar en dat de voorzienbare gevolgen van het ongeval zo ernstig zijn dat het handelen van de moeder dermate onzorgvuldig wordt geacht dat zij daartoe in redelijkheid niet had kunnen komen. De rechtbank oordeelt dat de moeder de verantwoordelijkheid voor het gevaar niet volledig in handen kon geven van haar 6-jarige dochter en dat zij zelf op de daadwerkelijke naleving van haar instructies had moeten toezien.

Het oordeel van de rechtbank is  toch wel opmerkelijk. Hieruit volgt namelijk dat de zorgplicht van een ouder verder gaat dan tot nu toe in de rechtspraak en literatuur is aangenomen.